#zinin, “life is good”, #mooi, #hilarisch, “Geweldige avond!”, #energie, #chill en zo komen er dagelijks nog véél meer updates en termen langs die niets aan de verbeelding overlaten: wat is mijn leven toch leuk, inspirerend, spannend, romantisch, betekenisvol en/of sociaal. 

En daar zit je dan: relatie net naar de knoppen, huisdier dood, klant kwijtgeraakt, proefwerk slecht gemaakt, ziek of een andere situatie die niet echt in bovengenoemde termen omschreven kan worden.  Heeft de rest van de wereld dan écht zo’n leuk(er) leven?

Het zit in de menselijke aard om onze mate van gelukgevoel te vergelijken met personen om ons heen. Als je collega’s het slecht doen, voel jij je met je magere plusje best goed. Als de relatie van je beste vriend(in) net over is, is jouw leven zo slecht nog niet. Sociale vergelijking noemen wij psychologen dat.

WAAROM ZIJN / LIJKEN WE ZO POSITIEF?

Wij zijn als mensen geneigd om onszelf positiever te presenteren dan de realiteit. Dit heet de self-presentation bias of zelfpresentatie voorkeur (Appelman e.a, 1980). We geven dus de voorkeur aan het tonen van een positief beeld in plaats van een waarheidsgetrouw beeld. Dit doen we omdat het effect hiervan belangrijk voor ons is. Positieve zelfpresentatie resulteert namelijk in goedkeuring, vriendschap, hulp of macht (als het gaat om werkgerelateerde presentatie).

Daarnaast is individualiteit ook een reden voor positieve zelfpresentatie. We hebben een beeld van onszelf gemaakt dat uniek – en meestal positief – is en willen onszelf dan ook presenteren op een manier die congruent met dat beeld is. Prominente theoretici zoals Festinger (1957), Heider (1946) en Newcomb (1953) zagen het verlangen naar consistentie al als een centrale motivator voor gedrag. En die inzichten zijn tot de dag van vandaag valide gebleken.

WAT IS HET EFFECT VAN SOCIALE VERGELIJKING?

Sociale vergelijking (Festinger, 1954) is het proces waarbij wij ons vergelijken met anderen om zo onzekerheid op een aantal gebieden te verminderen. Steker nog, Wills (1981) beschrijft het effect van ‘Downward Social Comparison’ waarbij wij geneigd zijn onszelf te vergelijken met een personen die het slechter hebben. Op deze manier bouwen we dan een positiever zelfbeeld.

Op het moment dat we het (positieve) beeld van onze Facebook vrienden gaan vergelijken met ons eigen zelfbeeld zijn we bezig met dit sociaal vergelijken. Echter, door de aanwezigheid van de zelfpresentatie voorkeur van anderen is het erg moeilijk om aan ‘Downward Social Comparison’ te doen. We kunnen dus maar moeilijk vergelijkingsmateriaal vinden dat ons zelfbeeld positiever maakt.

Sterker nog: In de grootste zweedse studie onder Facebookgebruikers werd aangetoond dat de mate van ‘sociale vergelijking’ (in hoeverre mensen hun profiel vergelijken met dat van anderen) een negatieve invloed heeft op zowel het zelfvertrouwen als het subjectieve welzijn of geluksgevoel. Gelukkig blijkt de eerder in het nieuws verschenen ‘Facebook depression‘ niet op daadwerkelijk onderzoek te berusten.

Dit is een triest gegeven. Zeker als je weet dat de vergelijking in ons hoofd niet goed gemaakt wordt. We vergelijken namelijk ons daadwerkelijke leven met het leven van anderen zoals dat door hen op een positieve manier weergegeven wordt. Is dat een eerlijke vergelijking? We weten immers niet wat er ‘echt’ speelt in het leven van die anderen zoals blijkt uit onderstaand kort videootje:

WAT MAAKT FACEBOOK ANDERS DAN OFFLINE SOCIAAL CONTACT?

Facebook was nooit zo groot geworden als het niet had voorzien in een vorm van psychologisch voordeel of plezier. Zoals eerder vermeld is er een mate van ‘beloning’ voor het deelnemen aan de Facebook ervaring. Gevoel van vriendschap, beloning, verbondenheid of goedkeuring. Onderzoek van Kim en Lee (2011) wijst uit dat er een positief verband is tussen het aantal Facebook vrienden en het subjectieve welzijn of geluksgevoel. Dit heeft ervoor gezorgd dat er medio 2012 955 miljoen gebruikers op het sociale netwerk zitten. Deze gebruikers zorgen voor 2,7 biljoen ‘likes’ en ‘comments’ per dag. Je kunt je dus voorstellen dat er veel sociale interactie op Facebook plaatsvind.

In offline omgevingen is deze sociale interactie er natuurlijk ook. Maar dan is deze vrij beperkt. Waar we offline tijdens een feest of verjaardag een beperkt aantal personen spreken, kunnen we in datzelfde tijdsbestek van ongeveer 3-4 uur via Facebook met tientallen personen interacteren op allerlei niveaus.

Dit verschil in mogelijkheden vormt dan ook direct een fundament van het probleem: door de hoeveelheid positief zelfpresenterende personen (dat is nu eenmaal de menselijk ‘bias’ of voorkeur) op Facebook wordt er online een sociale norm gesteld die voor de meeste personen individueel onhaalbaar is. Offline is deze hoeveelheid klein genoeg om nog niet als ‘norm’ ervaren te worden maar als ‘leuk verhaal’.

PROBLEEM: DE LIKE BUTTON

We voelen ons gelukkiger als we veel vrienden en interactie met vrienden hebben maar deze vrienden vormen tegelijkertijd ook het gevaar van sociale vergelijking waardoor we ons weer minder gelukkig en onzekerder gaan voelen.

Facebook wil één grote happy-show zijn. De gebruikers zouden over het algemeen een goed gevoel aan hun ervaring over moeten houden, zich richten op de leuke dingen. Maar als je leven even niet zo leuk is, kan het feit dat alle anderen dit gewoon blijven doen, juist averechts werken.

Ook als je leven al wel leuk is, lijkt het alsof alle anderen alleen maar lekker(der) en gezellig(er) uit eten gaan, de gekste feesten bezoeken, de meest waanzinnige vakanties meemaken, altijd tijd hebben om spelletjes te doen en leuke(re) websites lezen. Is dat nu echt zo? NEE, natuurlijk niet! Die anderen zijn mensen zoals jij en ik, maar worden – gestuurd door die ‘self-presentation bias’ – in de Facebook Like-cultuur meegezogen. Dit zorgt ervoor dat ze zich enkel richten op het delen van ‘leuke’ dingen. De minder leuke zaken in hun leven houden ze voor zichzelf of delen ze met een beperkte sociale kring aan intimi.

De introductie van de ‘Like’ button heeft hier een grote rol in gespeeld. Een ‘like’ reactie geef je natuurlijk ook alleen maar op iets ‘leuks’. Dus wil je reactie krijgen (en dat willen mensen, dat is één van de pay-offs van de positieve zelfpresentatie voorkeur), dan ga je leuke dingen delen. De minder leuke dingen laten zich minder makkelijk ‘liken’. In dat geval zou een ‘comment’ een uitkomst kunnen bieden, maar in de praktijk is de drempel daarvoor weer te hoog: het kost te veel tijd of men weet niet goed wat te zeggen.

OPLOSSING: #FML OF DISLIKE?

Als we nou eens met z’n allen wat eerlijker zijn op Facebook. Een soort sociale norm laten ontstaan die ervoor zorgt dat we ook ons verdriet, ongenoegen of onze fouten kunnen delen met al die vrienden. Wij zien al op kleine schaal initiatieven ontstaan die deze richting zoeken. Zo is er al tijdenlang een ‘viraal verhaal’ gaande over de ‘Dislike’ knop. Echter, deze heeft een nogal negatieve associatie. Want wat betekent het als je iets niet leuk vind? Wij zouden kiezen voor een iets meer genuanceerde knop die wel het medeleven aangeeft maar vanuit een positieve gedachte.


Dus bijvoorbeeld ‘Leef mee‘, ‘Snap ik‘ of (in het engels) ‘Sympathize‘.

Ook zijn er personen die blijkbaar een meer ‘eerlijke’ zelfpresentatie voorkeur hebben en die hashtags als #FML (Fuck My Life) op zowel Facebook als Twitter gebruiken (zoals in het videootje hierboven) of verhalen van ziekte en verlies op Facebook plaatsen. Soms als frustratie, soms als uitlaatklep, maar wel eerlijk. De reacties hierop zijn meestal afkomstig van intimi, en meestal in de vorm van comments.

DE REALITEIT

Dit is een optimistische gedachte over hoe we als mens met Facebook om zouden kunnen gaan. De waarheid is echter dat dit (zelfpresentatie voorkeurs)gedrag niet makkelijk te veranderen is. En dat Facebook waarschijnlijk ook niet op basis van deze blogpost met een ‘Sympathize’ button zal komen, tenzij jullie hier natuurlijk genoeg buzz over creëren 🙂 Maar: wat blijft dan nog over?

De oplossing ligt in onze eigen grijze massa. We moeten ons beter realiseren dat de vergelijking die we maken niet klopt. Appels met peren. We vergelijken iets wat wij ervaren (ons eigen leven) met iets dat anderen ons op een bepaalde manier willen laten zien (Facebook timeline).

Dus samenvattend zijn 4 zaken belangrijk:

  1. Geniet van de leuke dingen die je vrienden delen;
  2. Houd daarbij goed in het achterhoofd dat iedereen – ook je vrienden – slachtoffer is van de positieve zelfpresentatie voorkeur;
  3. Enig vergelijk met je eigen leven is dus niet realistisch noch eerlijk;
  4. Indien deze bewustwording niet lukt: misschien is NU het moment om wat minder tijd aan Facebook te besteden zoals Nikki in onderstaand filmpje uitlegt:

BRONNEN

Arkin, R, Appelman, A and Burger, J. (1980) – Social Anxiety, Self-Presentation, and the Self-Serving Bias in Causal Attribution

Denti, L et al – Sweden’s largest Facebook Study (GRI-Rapport 2012:3)

Festinger, L (1954) – A theory of social comparison processes

Kim, J. and Lee, J.R. (2011) – Effects of the Number of Facebook Friends and Self-Presentation on Subjective Well-Being

Mehdizadeh, S (2010) – Self-presentation 2.0: Narcissism and Self-Esteem on Facebook

Peluchette, J. and Karl, K (2010) – Examining Students’ Intended Image on Facebook: “What Were They Thinking ?!”

Wills, T (1981) – Downward comparison principles in social psychology

mischa
Chief Psychology Officer (CPO)Grey Matters
Mischa is mediapsycholoog en Chief Psychology Officer bij Grey Matters. Mischa gelooft in de waarde van psychologie voor organisaties en marketingactiviteiten en is bedenker van de titel 'Chief Psychology Officer', waar inmiddels meerdere organisaties invulling aan hebben gegeven.

Persuasion godfather dr. Robert Cialdini zie over Mischa: "During a career of researching and teaching the Principles of Persuasion, I have never encountered anyone who understands better than Mischa Coster how they apply and can be effectively used within Social Media."
Getagd op:                                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *